Op de werkvloer lijkt het vaak zo logisch: harde werkers, loyale collega’s, mensen die altijd doorgaan en klaar staan. Maar soms draagt dat gedrag een ouder verhaal. Een verhaal dat zelden wordt herkend, laat staan erkend.
Betrouwbaar. Loyaal. Hardwerkend. Medewerkers waarvan je denkt: “Die redt het wel.”
En ja, voor een organisatie is dat vaak heel prettig. Tot het moment dat het lijf ineens nee zegt. En diezelfde medewerker (langdurig) uitvalt.
Niet omdat die niet gemotiveerd is. Maar juist omdat die te lang wél gemotiveerd bleef.
Volwassen regenboogbaby’s op het werk
Een volwassen regenboogbaby is iemand die is geboren na het verlies van een eerder kindje, of die (bewust of onbewust) een verloren tweelinghelft heeft. Dat vroege verlies laat vaak geen woorden na, maar wél een innerlijke beweging tegenover het leven. Dus ook tegenover werk.
Werk wordt dan zelden “maar werk”. Het wordt een plek waar bestaansrecht, loyaliteit en veiligheid onbewust samenkomen.
Wat er vanbinnen speelt (maar zelden wordt uitgesproken)
Wat ik bij veel volwassen regenboogbaby’s zie, en ook uit eigen ervaring ken toen ik nog bij PricewaterhouseCoopers werkte, is dit innerlijke landschap:
Een diep gevoel van: ik moet het goed doen
Onbewuste alertheid: altijd scannen of het veilig blijft
Loyaliteit die ouder is dan het contract
Moeite met stoppen, omdat stoppen kan voelen als iemand teleurstellen
Conflict voelt niet als een meningsverschil, maar als een risico op verlies
Dit zijn natuurlijk geen bewuste gedachten. Dit zijn oude bewegingen. Die staan inderdaad niet in je functiebeschrijving vermeld.
Wat collega’s en leidinggevenden zien (zonder het verhaal te kennen)
Aan de buitenkant oogt het vaak heel anders:
Een medewerker die hard werkt en veel uren maakt
Iemand die doorgaat, zelfs bij ziekte (“ik werk wel even thuis”)
Weinig gedoe, weinig conflict
Grote loyaliteit aan team en organisatie
En soms een georganiseerde chaos: een rommelig bureau, maar alles feilloos weten te vinden
Kortom: een droommedewerker. Toch?
De stille winst… en het latere risico
Voor een organisatie is dit gedrag lange tijd prettig. Het loopt. Het wordt gedragen. Er is inzet. Maar het systeem ziet vaak niet dat deze inzet niet eindeloos is. Omdat hij niet wordt gevoed door balans, maar door overleving.
En dan komt er een moment waarop het lijf het overneemt. Niet uit zwakte. Maar omdat het al te lang sterk moest zijn. Burn-out, uitputting, (langdurige) ziekte: niet zelden het eindstation van een patroon dat jarenlang werd gewaardeerd.
Wanneer erkenning het verschil maakt
Het kantelpunt zit niet in harder werken aan “grenzen aangeven”.
Het zit in erkenning van wat hier werkelijk speelt. Op de kern.
Voor de medewerker:
Dit gaat niet over falen. Dit gaat over een oud verhaal dat eindelijk gezien wil worden.
Voor de organisatie:
Duurzame inzetbaarheid vraagt soms om dieper kijken dan gedrag alleen.
Tot slot
Werk is voor volwassen regenboogbaby’s zelden neutraal terrein. Het raakt aan bestaan, loyaliteit en veiligheid. Vaak zonder dat iemand dat doorheeft.
Herken je jezelf hierin?
Of zie je dit terug bij een medewerker of collega?
Je bent welkom voor een vrijblijvend kennismakingsgesprek.
Lees gerust ook verder op de pagina over volwassen regenboogbaby’s en mijn manier van werken.